delfts blauwNederlandse souvenirwinkels staan er bol van: theedoeken, sleutelhangers en wandtegeltjes met blauwe motieven van molens, tulpen en andere typische symbolen van Hollandse bodem. Het aardewerk waar deze blauwe kleur vanaf is geleid, Delfts blauw, kent een lange geschiedenis en bezet een belangrijke plek in ons cultureel erfgoed. Het fenomeen heeft een lange weg afgelegd voor het in ons land voet aan wal kreeg. Deze week duiken wij in de geschiedenis van het blauwe aardewerk.  

Wij hebben misschien onze eigen draai gegeven, maar van oudsher komt het aardewerk dat we nu kennen als Delfts blauw uit China. Ontdekkingsreiziger Marco Polo was een van de eerste Europeanen die in de dertiende eeuw in aanraking kwam met het materiaal dat sterke gelijkenissen heeft met Europeaans aardewerk, porselein. Het porselein dat hij in handen kreeg werd voornamelijk gebruikt als eetgerei. Het Europese publiek moet dan nog even wachten, want pas als de Portugezen rond 1517 de zeeroute naar China ontdekken wordt het porselein ook in Europa populair. Documentatie wijst uit dat kunstenaar Albrecht Dürer drie stuks porseleinwerk had gekregen van een Portugees. Ook Filips II bezat drieduizend stuks porselein en rond 1585 telde Lissabon al tien porseleinwinkels.

Porselein van eigen bodem

Aan het einde van de zestiende eeuw introduceren eerst de Portugezen en later de Nederlanders zelf Chinees porselein, met zijn kenmerkende blauwe beschildering, in Nederland. Dit geïmporteerde porselein was fijn en sierlijk en was onmiddellijk zeer gewild. Alleen de zeer rijken konden het zich veroorloven. De Delftse bakkers, die nog geen echt porselein konden maken, maakten wel imitatie-porselein. Dit was rood aardewerk bedekt met een wit oppervlak, waarop gekleurde decoraties afgebeeld waren.

De buit verdelen

Het luxe product moet op dat moment nog populair worden in Nederland. Daar komt verandering in tijdens een van onze vele handelsreizen. Een vloot Nederlandse schepen komt het Portugese schip San Jago tegen en besluit de aanval in te zetten. Nadat het schip wordt overmeesterd, veroveren de Nederlanders de lading en vervoeren deze naar Amsterdam. Bij het inventariseren van de buit stuit de bemanning op een verzameling kraakporselein, een erg broze soort porselein speciaal gemaakt voor de Europese markt. Deze buit wordt, samen met de opbrengst van een andere roof in Portugal, geveild op de VOC-veiling. De gegoede Nederlander raakt al snel in de ban van het excotische product en de verkoop van de 100.000 porseleinen voorwerpen brengt enkele miljoenen in het laatje.

Decorstuk 

In de Nederlandse huishoudens diende het Chinese porselein aanvankelijk als siervoorwerp. Het werd te pronk gezet op kasten, op speciale richels en op de schoorsteenmantel. De pottenbakkers in Delft werden beïnvloed door het blauw-witte Chinese porselein. Ze gingen over tot het produceren van een blauw-wit faience, veelal met Chinese Wanlimotieven. Door toevoeging van mergel konden de bakkers hun product verbeteren, het aardewerk werd dunner en werd faience genoemd. 

Vaderlandse sferen

In het begin brachten de Delftse bakkers vooral oosterse decoraties aan op de Delftse faience. Later werden de afbeeldingen Nederlands van aard. Met Delfts blauw wordt dus eigenlijk Delftse faience bedoeld. Het aardewerk werd in korte tijd zeer populair en beleefde een bloeiperiode van 1650 tot 1750. Er waren toen maar liefst 33 bakkerijen actief in Delft. Deze worden ook wel aangeduid met het woord plateel, een middeleeuws woord voor ‘platte schotel’. De bakkerijen maakten niet alleen pronkstukken, maar ook veel eenvoudige gebruiksartikelen. Elke bakkerij had zijn eigen, door het stadsbestuur van Delft vastgelegde merkteken. Zo was en is de herkomst van een porselein gemakkelijk te herleiden.

Vandaag de dag

Op dit moment wordt het aardewerk op authentieke wijze gemaakt in een paar fabrieken, waarvan Royal Delft, voorheen De Koninklijke Porceleyne Fles, de enige overgebleven fabriek uit dit tijdperk is. Het bedrijf is meegegroeid met zijn tijd en gaat samenwerkingen aan met hedendaagse kunstenaars. Zo ontwierp tatoeëerder Henk Schiffmacher onlangs nog verschillende patronen die terug te zien zijn in een speciale collectie. Voor oudere exemplaren kun je terecht bij de volgende musea: Kunstmuseum Den Haag, Royal Delft, Keramiekmuseum Princessehof, Museum Het Prinsenhof, Paleis Het Loo, Rijksmuseum Amsterdam, Rijksmuseum Twenthe en het Zwanenbroedershuis.

 

Het is de missie van MuseumTV om een zo breed mogelijk publiek in aanraking te brengen met kunst en cultuur. Dit doen wij op ons gezamenlijke video on demand-platform voor de Nederlandse musea. Via onze partners brengen wij het platform actief onder de aandacht van het Nederlandse publiek.

expand_less

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief

ontvang het laatste nieuws, tips en aanbiedingen
van MuseumTV.nl
Ik ga akkoord met de algemene voorwaarden en het privacy beleid.