Hoe kon het zover komen?

Een aanhoudende hoge waterstand lag ten grondslag aan de fatale storm. In de dagen voor de ramp was de waterstand door krachtige (zuid)westelijke winden in de Noord- en Zuiderzee 30 tot 70 centimeter hoger dan normaal. Door de wind kreeg het water niet de kans om terug te keren naar zee en bleef het waterpeil hoog.[1] De storm hield aan en het waterpeil bleef stijgen, het kwam zelfs 3 meter hoger dan NAP (Normaal Amsterdams Peil). Op 14 januari werden de hoogste waterstanden rond 5 uur in de ochtend bereikt. De rivieren voerden het extra water af, waardoor de druk op de rivierdijken toenam. In tientallen plaatsen braken dijken door. Men werd letterlijk overvallen door het water.

Zuiderzeemuseum, museumtv, museum, enkhuizen

 

Gevolgen van de ramp

Door het doorbreken van de dijken hebben 7 provincies te kampen gehad met overstromingen. Allereerst de provincies, steden en dorpen die direct aan de Zuiderzee lagen (Friesland, Overijssel, Gelderland, Utrecht, Noord Holland), maar de overige provincies ondervonden ook veel hinder. Rotterdam bijvoorbeeld, liep onder omdat de rivieren de grote hoeveelheid water niet op tijd konden afvoeren. In Marken vielen houten huizen compleet op hun kant. In de provincie Noord-Holland vielen 19 doden en door diverse schipbreuken kwamen op zee 32 mensen om het leven. Duizenden dieren vonden de dood en ook stierven bomen en gewassen door het hoge zoutgehalte van het zeewater.

Hulp kwam echter snel op gang. Al op 15 januari 1916 berichtte de krant dat in Amsterdam, op het Tolhuisterrein in Amsterdam Noord, 1200 koeien uit de wijde omgeving een tijdelijk onderdak hadden gevonden. Er moesten echter 1700 koeien geweigerd worden, omdat er geen ruimte meer was. Gelukkig werden deze, na een nacht op de Schellingwouderdijk te hebben doorgebracht, onder begeleiding van 200 militairen naar andere plaatsen aan de andere kant van het IJ gebracht. [2]

Zuiderzeemuseum, MuseumTV

Van Zuiderzee naar IJsselmeer

De watersnoodramp van 1916 heeft een cruciale rol gespeeld in de besluitvorming voor het indammen van de Zuiderzee. Deze plannen waren al vele jaren eerder gemaakt, maar konden niet uitgevoerd worden omdat de technologie op dat moment nog niet ver genoeg ontwikkeld was. Al in 1886 werd de Zuiderzeevereniging opgericht met als doel de Zuiderzee gedeeltelijk of in zijn geheel in te polderen. Ingenieur en waterbouwkundige Cornelis Lely maakte daarvoor in 1891 plannen. Door een andere politieke wind en de tussenkomst van de Eerste Wereldoorlog werd dit plan alleen niet uitgevoerd, maar door de stormvloed in het Zuiderzeegebied werd alsnog de knoop doorgehakt.

Naast bescherming tegen de onvoorspelbare Zuiderzee, bood het nieuwe ingepolderde land extra landbouwgrond en moest het helpen tegen hongersnoden. De Zuiderzeewet werd in 1918 goedgekeurd, waarna de aanleg van de Noord-Hollandse proefpolder Andijk in 1926 begon. In 1927 begon de bouw van de Afsluitdijk die 5 jaar later klaar was voor gebruik. In 1967 werd Lelystad, een stad die 3 meter onder NAP ligt, vernoemd naar Cornelis Lely.

De kans dat vandaag de dag een dijk doorbreekt is vrij klein, maar niet uitgesloten. In 1995 zorgde de hoge waterstand in de rivieren nog voor een grote evacuatie van 250.000 mensen. Gelukkig was men er toen op tijd bij, anders dan de ramp van 1916.

Het is de missie van MuseumTV om een zo breed mogelijk publiek in aanraking te brengen met kunst en cultuur. Dit doen wij op ons gezamenlijke video on demand-platform voor de Nederlandse musea. Via onze partners brengen wij het platform actief onder de aandacht van het Nederlandse publiek.

expand_less

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief

ontvang het laatste nieuws, tips en aanbiedingen
van MuseumTV.nl
Ik ga akkoord met de algemene voorwaarden en het privacy beleid.