Dit boek maakt onderdeel uit van onze actie met uitgeverij Taschen. Voor meer informatie ga je naar de Steun Ons-pagina.

taschen lucian freud

Dit boek maakt onderdeel uit van onze actie met uitgeverij Taschen. Voor meer informatie ga je naar de Steun Ons-pagina.

Dit boek maakt onderdeel uit van onze actie met uitgeverij Taschen. Voor meer informatie ga je naar de Steun Ons-pagina.

Miljoenen mensen bezoeken jaarlijks Nederlandse musea. De bezoekers verschillen van leeftijd, geslacht, opleidingsniveau en etniciteit. Toch valt op dat tussen deze bezoekers een groep slecht gepresenteerd is: de niet-westerse biculturele Nederlanders. De mensen uit deze groep zijn in een niet-westers land geboren en hier komen wonen of hebben een ouder die afkomstig is uit een niet-westers land. In opdracht van MuseumTV is onderzocht welke factoren ervoor zorgen dat deze groep een bezoek aan een museum overslaat.

Ministerie van OCW

Nederland telt ruim 2,5 miljoen inwoners met een niet-westerse migratieachtergrond. Het Sociaal Cultureel Planbureau merkte het wegblijven van deze groep in het museum al op in hun jaarplan van 2020. Hun advies: meer bezoekers naar het museum trekken met een niet-westerse afkomst. Een doel dat ook hoog op de agenda staat bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Maar waarom gaat deze groep nu eigenlijk niet?

Uit de enquête die is verspreid onder een grote groep niet-westerse biculturele Nederlanders wordt duidelijk dat zij een aantal drempels ervaren in hun keuze om een museum te bezoeken. Een van de opmerkelijkste resultaten is dat de groep weinig gestimuleerd wordt door hun directe omgeving om deel te nemen aan culturele activiteiten. De niet-westerse biculturele Nederlander heeft de mening en reputatie van de familie hoog in het vaandel staan en hun mening weegt dan ook zwaar. Uit de cijfers blijkt dat de personen die aangeven niet gestimuleerd te worden door de directe omgeving, ook geen bezoek brengen aan het museum.

Kennisdrempel

Naast de stimulatie vanuit de directe omgeving blijkt ook uit het onderzoek dat men denkt dat je over een bepaalde kennis moet beschikken voor een museumbezoek. Zo wordt vaak gedacht dat musea alleen bedoeld zijn voor hoogopgeleiden. Dit is geen vreemde gedachte wanneer je kijkt naar de mate van voldoening voor laag- en hoogopgeleiden. De voldoening voor hoogopgeleiden na een museumbezoek is hoger dan voor iemand die lager is opgeleid. Hierbij speelt namelijk opnieuw de stimulatie vanuit de omgeving een rol. Laagopgeleiden worden vanuit hun studie minder gestimuleerd om deel te nemen aan culturele activiteiten in vergelijking met hoogopgeleiden, voor wie het vaak onderdeel is van de studie.

Een ander belangrijke factor voor de ontbrekende niet-westerse biculturele Nederlander in het museum heeft te maken met de beheersing van de Nederlandse taal, blijkt uit de enquete resultaten. Een deel van deze groep is laaggeletterd en beheerst daarom de Nederlandse taal nog onvoldoende. In musea hebben zij weinig mogelijkheden om de informatie te verkrijgen in hun eigen taal. De informatiebordjes zijn voornamelijk in het Nederlands en Engels en niet-westerse talen worden nauwelijks aangeboden in audiotours. 

Interesses

Uiteraard heeft ook de niet-westerse biculturele Nederlander interesses op het gebied van kunst en cultuur. Het onderzoek laat zien dat vooral musea van de typen ‘geschiedenis’ en ‘bedrijf, wetenschap en techniek’ de groep het meest interesseert. De groep vindt wel dat er te weinig musea zijn in hun provincie die aansluiten op hun interesses. Het reizen naar een andere provincie houdt hen tegen om een museum te bezoeken.

Het onderzoek wijst uit welke factoren van invloed zijn op de groep. Aan musea de taak om hiermee, in samenwerking met de groep, aan de slag te gaan om hen enthousiast te maken over een bezoek aan hun museum.

100.000ste bezoeker voor Migranten in Parijs

© Stedelijk Museum Amsterdam

Leer hier een eerder geschreven artikel van MuseumTV over de toegankelijkheid van musea voor blind en slechtzienden.

De bioscoop is voor velen een populair uitstapje in de avond. Tot laat kan je genieten van de film in combinatie met een bak popcorn. Film wordt inmiddels gezien als een kunstvorm waar je dus ook in de avond van kan genieten. Een vanzelfsprekend iets, maar waarom is het dan ook niet mogelijk om in de avond naar het museum te gaan?

Museumnacht

Museumnacht: een jaarlijks evenement in verschillende steden waarbij de deuren van musea open zijn tot laat in de avond. Het veelzijdige programma biedt naast het bekijken van de vaste collectie de bezoeker ook muziek, workshops en speciale rondleidingen. Het evenement wordt ieder jaar door duizenden bezoekers bezocht en is ieder jaar ver voor de start van het evenement uitverkocht. De interesse voor een museumbezoek in de avond is dus groot.

Toch zijn er maar weinig musea die je buiten de Museumnacht in de avond kan bezoeken. En als ze dan toch open zijn, is dat maar een enkele dag in de week. Een voorbeeld hiervan is het Stedelijk Museum Amsterdam waar bezoekers tot 20:00 een bezoek kunnen brengen aan het museum. Dit is echter alleen mogelijk op vrijdagavond.

De wegblijvende bezoeker

De voornaamste reden dat musea ervoor kiezen om in de avond de deuren te sluiten is omdat het openblijven voor de musea te veel geld kost. Meerdere musea, zoals het Cobra Museum en het Van Gogh Museum, hebben een tijd hun museum langer opengehouden. Er was wel wat aanloop van bezoekers, maar dit was te laag om de extra kosten voor bijvoorbeeld medewerkers te dekken. Onderaan de streep kostte het de musea juist alleen maar geld in plaats van dat het hen wat opleverde. 

Het Cobra Museum nam in de zomer van 2021 de proef op de som: hoe zou het museum bezocht worden als zij zeven dagen per week open zouden zijn in de avond als kosten geen rol spelen? De bijkomende kosten werden gedekt door een vergoeding van het Kickstart Cultuurfonds. Ondanks de inspanning van het museum bleven de hoge aantallen bezoekers weg. Deze proef gaf het museum de bevestiging museumbezoekers gewoontedieren zijn.

Andere bezoekers

Het langer openblijven van musea zou wel veel voordelen hebben. Om te beginnen zorgen de langere openingstijden ervoor dat mensen die fulltime werken tijdens kantoortijden na hun werk nog de mogelijkheid hebben om het museum te bezoeken. De meeste musea sluiten hun deuren om 18:00, maar vanaf 16:30 kom je al niet meer binnen. Hierdoor hebben deze mensen alleen de gelegenheid om een bezoek te brengen in het weekend. Het langer openblijven zou daarbij een heel nieuw publiek kunnen aantrekken. Huis Marseille merkt bijvoorbeeld op dat op de avond dat zij open zijn, hun exposities vaak worden bezocht door bezoekers die met elkaar op date zijn

Gewenning

Musea geven aan dat zij geïnteresseerd zijn in het openen van hun deuren in de avond. Het belangrijkste is dat de museumbezoekers doorhebben dat de musea open zijn in de avond en dat zij dan het museum kunnen bezoeken, in plaats van overdag wat ze gewend zijn. De musea zijn er in ieder geval klaar voor om de stap te maken. Nu de bezoekers en het geld nog. 

Gebouw Teylers Museum Haarlem

Nederland beschikt over meer dan zeshonderd verschillende musea met allemaal hun eigen verzameling. Veel om te bewonderen dus, maar uit cijfers blijkt dat wat we zien in de musea slechts tien procent is van de gehele verzameling. De rest van de verzameling ligt opgeborgen in de uitpuilende depots. Sommige objecten liggen er al jaren en komen misschien nooit meer in het museum te liggen. Wanneer jij of ik onze zolder opruimen gooien we een hoop oude spullen weg. Het wegdoen van spullen, wat in de museumwereld ontzamelen wordt genoemd, blijkt voor musea toch iets minder voor de hand te liggen.

Eerste toegankelijke kunstdepot ter wereld

Op zaterdag 6 november 2021 opende Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam de deuren van haar gloednieuwe depot. Dit depot, een 39 meter hoog gebouw met een vloeroppervlakte van vijftienduizend vierkante meter, biedt plek voor meer dan 151.000 kunstwerken. Het is het eerste toegankelijke kunstdepot ter wereld. In plaats van een klein percentage zichtbare kunstwerken, kan je hier de hele kunstcollectie van het museum bekijken. Het museum speelt hierbij in op de trend om de collectie zichtbaarder te maken voor het publiek. Voorheen hadden alleen het eigen museumpersoneel en genodigden hier toegang toe.

65 miljoen schatten opgeborgen in depots

In een onderzoek in 2014 werd de grootte van de verzameling kunstobjecten in alle depots in Nederlandse musea geschat op 65 miljoen. Door ontzameling zouden de depots van musea overzichtelijker worden. Een reden dat het ontzamelen nog niet op grote schaal gebeurt, wordt veroorzaakt  door de angst die musea hebben voor het werk dat ze wegdoen. Dit kan later van grote waarde blijken of in waarde stijgen door de groeiende populariteit van het kunstwerk of de kunstenaar. Een ander belangrijke reden waarom musea niet direct overgaan tot ontzamelen is omdat veel collecties tot stand zijn gekomen dankzij schenkingen van particuliere verzamelaars. Deze schenkingen worden vaak gedaan onder de voorwaarde dat het werk in de collectie blijft.Deze schenkers wil je dan ook niet tegen het hoofd stoten door afstand te doen van de werken. Daarbij kan zo’n kunstwerk een belangrijk onderdeel zijn van het verhaal. Haal je deze weg, dan is het verhaal niet meer compleet. 

LAMO

Wanneer een museum dan toch besluit om afstand te doen van een object, krijgt het te maken met de Leidraad Afstoten Museale Objecten (LAMO). De LAMO ziet erop toe dat objecten geen wettelijke, ethische of andere bezwaren hebben die een obstakel vormen bij de verkoop aan particulieren en/of bedrijven. Hiermee beschermt de LAMO het erfgoed van nationaal belang, zodat dit behouden blijft voor de Nederlandse samenleving. Tevens geeft de LAMO aan met welke aspecten het museum rekening dient te houden bij het opstellen van een afstotingsplan. Daarin wordt omschreven hoe de procedure rondom afstoting moet worden uitgevoerd. Pas wanneer de objecten door de hele procedure zijn gegaan kan het museum overgaan tot de daadwerkelijke verkoop van het kunstobject. 

Verkoop aan musea en particulieren

Deze verkoop kan zijn aan instellingen, zoals andere musea, of particulieren. Zo kunnen sinds 2006 musea hun objecten online aanbieden via een herplaatsingsdatabase. Wanneer na twee maanden het object nog niet is overgenomen door een andere instelling gaat het de particuliere markt op. De werken kunnen dan verkocht worden via bijvoorbeeld een veiling of Stichting MuseumDepotShop. Deze stichting ondersteunt musea om van hun depot-overschotten af te komen en de museale objecten een tweede leven te geven. Sinds de lancering in 2019 hebben al duizenden objecten een nieuw huis gevonden.

Het ontzamelen van een museumdepot is dus niet zo vanzelfsprekend en gemakkelijk, maar verborgen schatten zouden net als bij het opruimen van een zolder, aan het licht kunnen komen.

 

Afgelopen week liep de spanning hoog op in de rechtbank in Amsterdam. Hier deed de rechter uitspraak over het zogenoemde ‘Krim-goud’. Deze vijfhonderd kunstwerken waren in 2014 te zien in het Allard Pierson Museum in de tentoonstelling ‘De Krim – Goud en Geheimen van de Zwarte Zee’. Na afloop van de tentoonstelling wilde het museum de collectie netjes terugsturen naar de Oekraïense musea van wie het museum de collectie had geleend. Echter deed zich een lastige situatie voor: de Krim was namelijk niet meer in het bezit van Oekraïne zoals dit voorheen was, maar was in de macht gekomen van Rusland. Het museum zat nu met de vraag: waar moeten de objecten heen?

Bruikleen

In de tentoonstelling van het Allard Pierson Museum konden bezoekers archeologische topvondsten uit vijf Oekraïense musea aanschouwen. Voor Oekraïne was het de eerste keer dat zij zoveel objecten uitleende. Het museum ontving onder andere een flink aantal gouden voorwerpen, zoals een pronkhelm en zwaardschede. Ook werden er talloze juwelen verscheept naar het Amsterdamse museum. Al deze kostbare objecten bij elkaar vertoonden de rijke historie van het schiereiland de Krim. 

Terwijl de sfeer onder de bezoekers van de tentoonstelling gemoedelijk was, was de situatie op de Krim het tegenovergestelde. Rusland annexeert het schiereiland. Gemaskerde militairen verschenen plots en bezetten het regionale parlementsgebouw om er een pro-Russische regering te installeren. Er wordt een referendum gehouden waarbij een groot deel van de kiezers voor de Russische kant kiest. Oekraïne gaf zich niet snel gewonnen en weigerde de annexatie te erkennen.

Cultureel erfgoed

Nu, ruim zeven jaar nadat Rusland het gebied toe-eigende, is de Krim nog steeds in handen van Rusland. De tentoonstelling van het Allard Pierson Museum is allang voorbij, maar het museum zit nog steeds met de vijfhonderd waardevolle objecten. Moeten deze terug naar Oekraïne – waar de Krim niet meer bij hoort – of moet het terug naar de uitlenende musea die nu onder het Russische bestuur vallen? Beide partijen beschouwen namelijk de objecten als hun cultureel erfgoed.

Het is niet de eerste keer dat een rechter zich buigt over de kwestie. In december 2016 oordeelde de rechtbank in Amsterdam al dat de collectie toebehoort aan Oekraïne, maar Rusland ging hiertegen in beroep. De druk werd opgevoerd toen Rusland dreigde samenwerkingen met Nederlandse musea op te zeggen als de rechtbank bij hun oordeel bleef.

Juridisch proces

Jaren gaan voorbij met tussenvonnissen, wrakingsprocedures en wisselingen van rechters. Al die tijd bevinden de stukken, het Krim-goud, zich nog steeds in Nederland. Nu heeft de rechtbank in Amsterdam opnieuw uitspraak gedaan in de zaak: de stukken moeten terug naar Oekraïne. Het gerechtshof beroept zich namelijk op de zogeheten Museumwet van Oekraïne

De Staat Oekraïne voert in 1995 de Museumwet in. Deze wet is bedoeld om te voorkomen dat museumstukken die behoren aan de staat buiten zijn machtsgebied vallen. Ook al behoorden de objecten aan musea op de Krim, de objecten maken deel uit van het cultureel erfgoed van Oekraïne. Hierdoor vallen de objecten onder het beschermde regime van de Oekraïense Museumwet en moeten ze terug worden gestuurd naar Kiev totdat de situatie op de Krim gestabiliseerd is.

De (on)gewonnen strijd

Echter is de kous daarmee nog niet af. Zowel Rusland als de vier Krim-musea kunnen in beroep gaan tegen het vonnis van de rechter. Daarnaast kan deze recente uitspraak gevolgen hebben voor de onderlinge relatie tussen de Russische en Nederlandse kunstwereld. Zeer strakke en verscherpte regels kunnen aan te pas komen wanneer collecties worden gedeeld en eerder dreigde Rusland al om de samenwerking met Nederlandse musea helemaal te stoppen. Totdat bekend is of een partij in hoger beroep gaat en de rechter ook hierin uitspraak doet zullen de stukken in Nederland blijven en blijft de strijd om het Krim-goud voortduren.  

Pachtkamer van rechtbank Amsterdam | Kapteijn Grondzaken

Tot de zomer van 2024 kunnen bezoekers in het Van Abbemuseum in Eindhoven de tentoonstelling Dwarsverbanden ruiken, horen en voelen. Deze multi zintuigelijke tentoonstelling verrijkt niet alleen ieders kunstervaring, het verbreedt ook de toegankelijkheid voor bezoekers met een visuele beperking zoals blind- en/of doofheid. Het Van Abbemuseum speelt met Dwarsverbanden in op de wens van musea om toegankelijk te zijn voor iedereen. De manier waarop blijft echter een lastige kwestie. Kunst beleven we immers grotendeels visueel, maar hoe werkt dat dan voor mensen die slecht(er) zien?

Een culturele dag

In Nederland hebben zo’n 3,5 miljoen mensen een beperking. Daarvan hebben ongeveer 300.000 mensen een visuele beperking, zoals blind- of slechtziendheid. Voor de mensen is het beleven van een culturele dag ook waardevol, maar het kijken naar een kunstwerk gaat net wat anders dan voor mensen zonder visuele beperking. Voor hen bieden musea speciale voorzieningen aan in het museum of organiseren ze avonden waar bezoekers met een visuele beperking op hun gemak door het museum kunnen gaan. 

Dwarsverbanden in Van Abbemuseum

Voelen = zien

Voor mensen met een visuele beperking is het voelen van de kunst een manier om met het werk in contact te komen. Bij de tentoonstelling Dwarsverbanden kan dit door middel van 25 zintuiglijke tools. Denk hierbij aan het gebruik van braille, geurinterpretaties of voeltekeningen. Ook het Van Gogh Museum biedt deze mogelijkheid. Tijdens de rondleiding Van Gogh op gevoel konden de bezoekers kunstwerken voelen tijdens aanraaksessies in het workshopatelier. Inmiddels heeft het museum permanent een voelwand in het museum. Door middel van deze wand kunnen de bezoekers het werk van Van Gogh voelen, beluisteren en ruiken. De geurige zonnebloemen van Van Gogh zijn niet te missen. 

Mogelijkheden

Behalve multi zintuiglijke tentoonstellingen zijn er nog meer mogelijkheden om musea toegankelijker te maken voor mensen met een visuele beperking. Dit begint al bij de voordeur.

Een slechtziende heeft meer baat bij een gekleurde markering op de vloer met bewegwijzering dan een grijs bordje aan het plafond. Dit zou een goedkope en praktische oplossing zijn. Het aanbieden van audiotours waarin de kunstwerken worden omschreven zijn ook heel waardevol voor de bezoekers. Zo ervaren zij ook het kunstwerk zonder deze te hoeven zien. Dit geldt ook voor het verschaffen van informatie over de kunstwerken in braille. 

Voelen aan de zonnebloemen van Van Gogh

 

Toegankelijke musea

Ondanks de verbeteringen die de musea nog kunnen doen, zijn al veel musea ingespeeld op het vergroten van de toegankelijkheid voor mensen met een visuele beperking. Steeds meer musea bieden tentoonstellingen aan waar deze groep zich kan vermaken en geïnspireerd kan raken. Op de website van Museum4all vind je een digitale museumgids met musea die toegankelijk zijn voor mensen met een visuele beperking. Toegankelijkheid blijft een ingewikkeld vraagstuk voor musea, maar ze laten wel duidelijk zien hier oog voor te hebben. 

 

Benieuwd hoe het voelen van een kunstwerk in zijn werk gaat? Bekijk dan hier de video van cabaretier Vincent Bijlo. Vincent is vanaf zijn geboorte blind en brengt een bezoek aan het Van Abbemuseum in Eindhoven waar hij een werk van Picasso in driedimensionaal voelt.

© Afbeelding 1: Dwarsverbanden – Joep Jacobs

© Afbeelding 2: Van gogh op gevoel – Van Gogh Museum

Door het opwarmen van de aarde verkeert onze planeet in een kritische staat. Er zijn grote veranderingen nodig om het tij te keren en iedereen moet hiervan bewust zijn. Kunst zou de bewustwording kunnen vergroten, maar is kunst zelf wel zo duurzaam?

Grote overstromingen, lange droogtes gevolgd door alles verwoestende bosbranden. Het dagelijkse nieuws vult zich keer op keer met de schrijnende beelden. Een groenere levenswijze en bewuster consumptiegedrag zouden de oplossing moeten zijn. Deze oplossingen hebben echter alleen effect wanneer  iedereen op aarde hieraan zijn steentje bijdraagt. Veel kunstenaars grijpen actuele onderwerpen zoals deze aan als inspiratie voor hun werk. Zo uit de wereldberoemde kunstenaar Banksy niet alleen zijn frustraties over het opwarmen van de aarde door middel van zijn straatkunst, hij betuigt ook zijn steun aan actiegroep Extinction Rebellion die op geheel eigen wijze aandacht vraagt voor het gebrek aan actie van overheden tegen de huidige klimaatveranderingen. 

Extinction Rebellion: Did Banksy join climate activists?

Banksy

De impact van klimaatkunst

Naast de kunstwerken van Banksy op straat worden ook hele tentoonstellingen gewijd aan het onderwerp. Van een fototentoonstelling over het stijgende water in het Scheepvaartmuseum tot sculpturen van afval dat wandelaars hebben achtergelaten op de Mount Everest. Kunstenaars en conservatoren proberen op een artistieke manier de bewustwording over de opwarming van de aarde onder de mens te vergroten. Maar is dit wel de meest effectieve manier? 

Aangezien klimaat momenteel een zeer actueel onderwerp is, houden veel kunstenaars zich ermee bezig. Dat zorgt voor een enorme hoeveelheid kunstwerken binnen dit thema.

Een overvloed aan deze kunstwerken kan de gewenste bewustwording creëren, maar kan er ook voor zorgen dat het zijn bedoelde impact verliest. Kunstwerken kunnen op elkaar lijken of kunnen hetzelfde gevolg uitbeelden, zoals de werken van Ruben Orozco en Lorenzo Quinn: in beide werken staat een verdrinkend persoon centraal. Door deze herhaling wordt de impact mogelijk kleiner dan bij een uniek kunstwerk binnen dit thema dat nog door geen andere kunstenaar is gecreëerd.

Duurzaam genoeg?

Daarnaast kan je de vraag stellen of al die tentoonstellingen en kunstwerken over de klimaatverandering zelf wel zo duurzaam zijn. Het opzetten van een tentoonstelling duurt jaren en gaat gepaard met research naar kunstwerken, die zich soms ergens anders op de wereld bevinden. Deze moeten getransporteerd worden naar de locatie van de tentoonstelling, terwijl juist het verminderen van alle uitstootgassen wordt gestimuleerd. Daarnaast draagt zo’n tentoonstelling doorgaans bij aan een ophoping van afval en weggegooide producten. Denk bijvoorbeeld aan alle beschermende verpakkingen om de kunstwerken heen en alle marketinguitingen zoals banners en speciaal ontwikkelde tassen. Om nog maar te zwijgen over alle reisbewegingen richting de tentoonstelling van bezoekers. 

Ook zijn er opmerkingen te plaatsen bij de duurzaamheid van de kunstwerken zelf. Om een voorbeeld te noemen: kunstenaar Jacob Kirkegaard ontwierp het kunstwerk Melt. Een grote geluidsinstallatie waar het geluid te horen is van smeltende gletsjers op Groenland; een bekend gevolg van het opwarmen van de aarde. Het geluid is afkomstig van meerdere geluidsopnames die Kirkegaard zelf heeft opgenomen tussen 2013 en 2015 in Groenland. Hiervoor moest hij wel meerdere malen afreizen naar de gletsjers om het geluid van het smeltend ijs vast te leggen. 

Verbeeldingskracht

Kortom: er zijn veel kritische vragen te stellen over de duurzaamheid van sommige kunstwerken en tentoonstellingen. Je kan je hierbij afvragen of ze hiermee niet zelf een schakel zijn in het probleem.

Toch is deze verbeeldingskracht, zoals die van de kunstwerken, noodzakelijk om indruk te maken op de mens. Deze bewustwording zou een eerste stap kunnen zijn tot de gewenste verandering. Wetenschappers stellen dat de wereld tegen het einde van de eeuw onbewoonbaar is door de klimaatverandering. Het is te warm om te overleven en de grond is onvruchtbaar voor het telen van gewassen. Deze wereld kunnen wij ons simpelweg niet voorstellen en daar is die verbeelding vanuit kunst juist voor nodig.

New Lorenzo Quinn Sculpture in Venice Highlights the Threat of Climate

Lorenzo Quinn – Support

 

Op zaterdag 16 oktober is het negen jaar geleden dat de Kunsthalroof in Rotterdam plaatsvond. Een roof die de kunstwereld in zijn greep hield en die doet denken aan een andere grote roof in de kunstgeschiedenis: de verdwijning van de Mona Lisa. Het wereldberoemde werk van Leonardo da Vinci is uiteindelijk teruggevonden, maar sommige kunstliefhebbers zijn niet overtuigd van de authenticiteit van het schilderij. Is de Mona Lisa die in het Louvre hangt wel de echte Mona Lisa?

De roof

Het is maandag 21 augustus 1911. Een normale dag in het befaamde Louvre in Parijs. Het museum staat bekend om haar grote kunstcollectie met werken van onschatbare waarde. Daar, in de Salon Carré, hangt ze: La Gioconda, beter bekend als de Mona Lisa. Met haar mysterieuze glimlach trekt ze dagelijks de aandacht van duizenden bezoekers. Maar op deze maandagochtend is één persoon wel héél geïnteresseerd in haar. Het is de 29-jarige Italiaan Vincenzo Peruggia die al een tijd werkzaam is in het museum. Peruggia is behoudsmedewerker en verantwoordelijk voor het beschermen van oude en kwetsbare schilderijen. Het is om die reden dat hij niet alleen precies weet hoe de speciale glasplaat die over de Mona Lisa hangt haar beschermd, maar ook hoe deze bescherming te omzeilen is. En dat is juist hetgeen van Peruggia komt doen.

Vincenzo Peruggia - Wikipedia

Peruggia sluit zichzelf de avond voor de roof op in een bezemkast in de buurt van het schilderij. s’Ochtends, op het moment dat de beveiligers even niet in de buurt zijn, kruipt hij uit de bezemkast en loopt rechtstreeks op het doek af. Soepel haalt hij het werk van de muur en ontdoet haar van de zware lijst en glasplaat. Vervolgens rolt hij het werk op en steekt hij het onder zijn jas. Hij verlaat het museum en zegt de nietsvermoedende beveiliger bij de deur gedag. 

Pas een dag later, 26 uur na de diefstal, wordt de lege muur opgemerkt door schilder Louis Béroud. Aan de muur, waar de glimlachende vrouw hoort te hangen, hangen slechts vier ijzeren pinnen. In eerste instantie wordt gedacht dat het schilderij is overgebracht naar het fotoatelier. Wanneer na een paar uur blijkt dat het werk niet bij de fotografen is, slaat het museum alarm: de Mona Lisa is gestolen. 

De zoektocht

Twee jaar lang blijft het schilderij zoek en de muur in het museum leeg. Bezoekers rouwen om de vermissing en leggen bloemen neer in de zaal. Men gaat ervan uit dat ze nooit meer wordt gevonden. Wat de politie ook doet, het werk blijft onvindbaar. De geruchten laaien op: ze zou in de Seine zijn gegooid, verbrand zijn of in stukken zijn gesneden. Wat men echter niet weet, is dat het werk al twee jaar lang gewoon in de buurt is. Ze ligt opgeborgen in een houten koffer onder het bed van Peruggia. Het motief van Peruggia is simpel: het schilderij van de Italiaanse Da Vinci hoort niet thuis in Frankrijk, maar in Italië en neem haar mee op reis. Hij wil de Mona Lisa ongezien verkopen aan Italiaanse kunsthandelaren en wanneer het hem eindelijk lukt geïnteresseerden te vinden, spreekt hij met hen af in een hotel in Florence. De kunsthandelaren herkennen het werk direct en schakelen de politie in. Op 10 december 1913, ruim twee jaar na de historische roof, is de Mona Lisa weer terecht. Of toch niet?

Oplichters en vervalsers

Twintig jaar na de roof wordt de echtheid van het schilderij betwist. Journalist Karl Decker omschrijft in zijn artikel ‘Why and How the Mona Lisa Was Stolen’ in de Saturday Evening Post dat hij in 1914 kennis heeft gemaakt met de Argentijse oplichter Eduardo de Valfierno. De Valfierno vertelt hem het ‘echte’ verhaal achter de diefstal. Samen met Yves Chaudron, een vermeende Franse kunstvervalser, verdient De Valfierno geld door schilderijen te vervalsen en te verkopen. Beiden mannen hadden behoefte aan iets groters. Iets wat veel indruk maakt en waar ze veel geld mee kunnen verdienen. Kunstwerken zijn op dat moment erg in trek en de elite bokst tegen elkaar op om hun persoonlijke collecties te vergroten. Het duo wil hier gebruik van maken en De Valfierno geeft Chaudron de opdracht zes identieke kopieën te maken van de Mona Lisa. Om de prijs op te schroeven en de potentiële kopers te laten geloven dat ze het echte werk in handen hadden, moest iets groots gebeuren. Het echte werk moest verdwijnen. Het is op dit moment dat de patriottische Peruggia, met zijn kennis over het museum, in beeld komt. 

Mona Lisa

Kopieën van de Mona Lisa

Het namaken van de Mona Lisa doet Chaudron zorgvuldig. Hij bedenkt manieren om in het werk, net als in het originele werk, scheuren en kreukels (craquelé) aan te brengen wat het werk authentieker doet lijken. Daarbij gebruikt hij producten uit de renaissance, de tijd waarin het schilderij is gemaakt. De zes kopieën gaan de wereld over en worden verkocht aan nietsvermoedende kopers. Aangezien het schilderwerk het meest gezochte kunstwerk ter wereld is, kunnen de kopers het werk niet controleren op echtheid en daarmee het risico lopen achter de tralies te belanden. De Valfierno en Chaudron verdienen met de kopieën negentig miljoen dollar. Het originele werk zou volgens De Valfierno nog steeds onder het bed van Peruggia liggen, terwijl Deckers zich afvraagt of De Valfierno geen zevende kopie heeft laten maken dat hij heeft omgewisseld met het origineel. Deckers beredeneert hierbij dat het niet logisch is dat een oplichter als De Valifierno de Mona Lisa, het meest waardevolle kunstwerk op de wereld, terugbrengt naar het museum. Dit verhaal zou niet Peruggia, maar De Valfierno het meesterbrein achter de roof van het schilderij maken.

Ben jij het echt?

Bij thuiskomst van de Mona Lisa in het Louvre wordt het werk uitvoerig onderzocht op beschadigingen en echtheid. De conservatoren stellen vast dat het onmogelijk is om het schilderwerk van een schilder precies na te maken en concluderen dat dit het originele werk moet zijn. Tegelijkertijd stellen anderen dat het museum de echtheid van het schilderij nooit zou ontkennen om geen reputatieschade op te lopen. En ondanks het feit dat Decker bekend staat om het aandikken van zijn verhalen, is zijn artikel toch brandstof voor theorieën en speculaties over de grootste kunstroof in de geschiedenis.

Het is de missie van MuseumTV om een zo breed mogelijk publiek in aanraking te brengen met kunst en cultuur. Dit doen wij op ons gezamenlijke video on demand-platform voor de Nederlandse musea. Via onze partners brengen wij het platform actief onder de aandacht van het Nederlandse publiek.

expand_less

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief

ontvang het laatste nieuws, tips en aanbiedingen
van MuseumTV.nl
Ik ga akkoord met de algemene voorwaarden en het privacy beleid.